Home
Over kiezelKEI
Over mij
Training
Coaching
Wat klanten zeggen
Algemene voorwaarden
Tarieven
Inspiratiebronnen
Contact
Links
Foto's
kiezelKEI
Home

Welkom op de website van kiezelKEI

Ieder mens is uniek

Voor kiezelKEI zijn alle mensen gelijk. En toch heel verschillend. Iedereen heeft zijn eigen kwaliteiten en eigenschappen.


kiezelKEI wenst je een inspirerend en goed 2012.
 



 
De eeuwige reiziger
Een sprookje over de vrijheid van de reiziger
 
De herberg was tot de laatste kamer gevuld. De reden was de jaarlijkse Markt. Ja, het was feest! Terwijl de ruimte gevuld was met gasten die zich tegoed deden aan het ontbijt, kwam daar een man binnen. Ieder hield even stil en keek om naar deze man. Een vreemd uitziende lange man met een grote hoed. "Heeft u nog een kamer voor een reiziger, herbergier?" vroeg hij. De herbergier antwoordde: "We zijn tot de laatste kamer gevuld, waarde gast. Maar ik heb nog plek op de zolder. Het is geen gerieflijk verblijf maar ik kan er een bed voor u opmaken."

"Ik waardeer uw gastvrijheid herbergier." antwoorde de man.

De mensen vermaakten zich op de Markt. Er hing een gezellige sfeer in het dorp en men was lief voor elkaar. De mannen vroegen de vrouwen ten dans en de kinderen speelden met elkaar. Men at en dronk van de spijzen die men voor elkaar gemaakt had. Ja, iedereen had wel iets voor de Markt! Samen maakten de dorpsbewoners er een groot feest van.
 
De reiziger bekeek het ritueel en ging tussen de mensen zitten. "Vermaakt u zich?” vroeg hij aan een boer. "Jawel, ik moet het hele jaar hard werken. Ploegen, zaaien en oogsten. Iedere avond ga ik vermoeid naar mijn bed en heb nauwelijks de tijd voor iets anders. Maar één keer per jaar kom ik hier naar de Markt en vermaak ik mij. De beloning voor een jaar hard werken, waarde heer!"
 
De bakker voegde zich bij het gesprek. "Ja, ik moet opstaan in de duisternis van de nacht, in de ochtend staat mijn bakkerijtje vol met mensen die brood nodig hebben. Zo gaat het iedere dag behalve vandaag."
 
De reiziger keek om zich heen en zag de mensen dansen, eten en praten alsof dit de laatste dag was waarin het allemaal moest gebeuren.

"Mensen, waarom maken jullie er niet het hele jaar een feest van?" vroeg hij. Men keek de reiziger verbaasd aan. "Dat zou wat zijn, elke dag een Markt, dat is onmogelijk, zoiets is waanzin… want er moet toch gewerkt worden!"

"Als ik zo vrij mag zijn om te vragen. Wie heeft jullie dat opgedragen?," vroeg de reiziger. "Niemand, maar als de boer geen graan verbouwd en ik geen brood bak dan hebben we geen eten!" zei de bakker.

"Bakker, al tijden reis ik door landen en bezoek alle dorpen en steden. Overal is men druk met werk en is er geen tijd voor elkaar! Als u zou reizen zoals ik dan zou u zien dat er overal mensen zijn die willen delen. Door wat klusjes op te knappen betaal ik hen terug. Zo heb ik kost en inwoning maar ook de tijd om te reizen en mensen te ontmoeten. Zo beteken ik iets voor hen en zij iets voor mij! Wanneer ik wil rusten dan rust ik, wanneer ik wil reizen dan reis ik en wanneer ik wil werken dan werk ik."
 
Zo verging het de reiziger al eeuwen lang. Ja, eeuwen! Want de reiziger is onsterfelijk omdat  hij geen plicht heeft.
 
Als de Markt voorbij is gaan de mensen weer aan het werk. Tot de volgende Markt. Aan de horizon zien zij de reiziger zijn weg vervolgen. Waarheen zal hij nu gaan? Ach, de mensen hebben geen tijd om zich daar over te peinzen. Er is werk te doen! Voor kletspraatjes geen tijd!
 
En zo zal het blijven… eeuwen en eeuwen. En de reiziger doemt steeds weer op aan een andere horizon. Kijk maar of hem ergens ziet, als je niet te druk bent...


Herken jij jezelf in dit verhaal? Ben jij een van de harde werkers? Zou jij de reiziger willen zijn? Is bij jou de balans ook wel eens zoek? Je hebt een keus! Doe het vanaf vandaag anders als je dat wilt, want vandaag is het begin van de rest van je leven.

 





Vincent van Gogh


De schoonheid van de natuur
Volgens een verhaal van Andersen

Het was voorjaar. Een appelboom stond eenzaam in het veld. De boom had slechts 1 tak. Deze tak was bezaaid met tere rozerode knoppen die op het punt stonden om open te gaan. Een jonge vrouw fietste langs en zag de appelbloesem. Ze brak de tak van de boom en nam hem mee naar huis. Ze plaatste de tak in een mooie glazen vaas voor het open raam. Het was een lust voor het oog!

De mensen die de tak zagen staan spraken met bewondering over de schoonheid van de bloesem. Toen werd de tak verwaand.
Vanuit het raam keek hij uit over de velden en de heuvels. Hij bekeek de bloemen en gewassen.
"Arme, verworpen plantjes," dacht de appelbloesem, "Er is echt verschil gemaakt. Zij zijn zo gewoontjes en ik ben zo schoon. Wat moeten ze zich ongelukkig voelen."

De appelbloesem keek naar de gele bloemen die op het veld en bij de sloot stonden. Niemand maakte er een boeketje van, ze waren te gewoon. Ze schoten op als het ergste onkruid en hadden een lelijke naam: paardenbloem.
"Arme, miskende bloem," zei de appelbloesem, "Je kunt er niets aan doen dat je bent wat je bent, dat je zo gewoon bent en dat je die lelijke naam hebt, maar het is met planten net als met mensen, verschil moet er zijn."

Een zonnestraal kuste de bloeiende tak. "Verschil?" zei ze. En ze kuste ook de gele paardenbloemen op het veld. "Jij kijkt niet ver en je kijkt niet goed. Wat is mis met dat plantje dat je vooral zo zielig vindt?"
"De paardenbloem," zei de appelbloesem. "Die wordt nooit in een boeket gestopt, hij wordt vertrapt, ze zijn met te veel. Het is onkruid, ik ben blij ben dat ik er niet bij hoor!"

Toen kwam er een hele troep kinderen over het weiland aangelopen. Toen ze bij de gele bloemen in het gras kwamen, lachten ze van plezier en rolden over de grond. Een van de kleintjes plukte de gele bloempjes en maakte er een boeketje van. De grotere kinderen braken de stelen van de bloemen en maakten een ketting. Die droegen zij als sieraad om hun hals.
 "Zie je wel?" zei de zonnestraal. "Zie je wel hoe mooi de paardenbloem is en hoeveel zij kan?"
"Ja, dat wel. Maar mijn schoonheid is toch iets hogers!" zei de appelbloesem.

Net op dat moment verscheen de jonge vrouw die de bloesemtak zo mooi in de doorzichtige vaas had gezet. Ze had een bloem of zoiets bij zich. Deze bloem werd zo voorzichtig gedragen als de tere appelbloesem nog nooit gedragen was. Het was de pluizige zaadkroon van de door de appelbloesem zo geminachte gele paardenbloem. Dat was wat de jonge vrouw zo voorzichtig had geplukt en zo zorgzaam droeg. Zij wilde niet dat een van de tere veerpluisjes zou wegwaaien. Ze had de bloem in al haar pracht in haar hand en ze bewonderde haar mooie vorm en haar luchtigheid. Ze genoot zichtbaar van de tere bouw en de schoonheid.
"Kijk toch eens, hoe ongelooflijk mooi!" zei ze. "Ik ga haar samen met de appelbloesem schilderen. Ze zijn zo verschillend en toch allebei een teken van schoonheid!"


Het is met planten net als met mensen, verschil moet er zijn. Ieder mens heeft zijn eigen unieke schoonheid en is een lust voor het oog. Ieder op zijn eigen manier en bloeiwijze.
Wees je bewust van je eigen schoonheid en sta open voor de schoonheid van de ander. Samen maken we het boeket compleet.




De Winter voorbij

                        
 
 
De sneeuwman die niet smelten wilde
 
 
Onder de bomen, aan de rand van het bos, stond een sneeuwman. De wijze uil en de sluwe vos keken er vol bewondering naar.
De sneeuwman keek parmantig uit zijn zwarte kool-ogen. Een paraplu hing over zijn arm en op zijn grote ronde kop stond een hoge hoed. Het was een prachtige sneeuwman. ‘Het is jammer dat hij met het voorjaar smelten moet’ zei de uil tegen de vos.
 
‘Ik ben helemaal niet van plan om te smelten!’ zei de sneeuwman ‘Wie denken jullie wel dat ik ben? Ik ben niet zomaar een bij elkaar geraapt hoopje sneeuw! Ik ben een flinke, deftige sneeuwman en niet van plan om te smelten!’
 
‘Eh... eh... neemt u me niet kwalijk, meneer de sneeuwman’, stamelde de uil. ‘Sneeuwmannen zijn tot nog toe altijd gesmolten. Dus dacht ik dat U ook wel smelten zou.’
 
‘Zo dacht u dat?’ Zei de sneeuwman
‘Heeft u dan nog nooit van de zon gehoord?’ vroeg de uil aarzelend. ‘De zon, ahum. De zon? Bedoelt u dat kleine gele balletje, dat altijd in de lucht zweeft? Moet ik dààrvan smelten? Ha ha, die is goed!’.
 
Juist toen hij dat gezegd had, verscheen de zon aan de hemel. De zon had de hele winter geslapen en ook nog een flink stuk van het voorjaar. Maar nu rekte zij zich eens uit, gaapte flink, wreef de slaap uit haar ogen en de eerste zonnestralen beschenen het bos. De sneeuw was nu spoedig verdwenen. Maar de sneeuwman, die in de schaduw onder de bomen stond, wilde niet smelten.
 
‘Half maart’, mopperde de zon. ‘Die sneeuwpop had al lang weg moeten wezen! Zeg eens sneeuwman! Hoe denk je er over om te gaan smelten?’
 
‘Nu, daar denk ik helemaal niet over. Ik ga mijn ochtendwandelingetje maken. Kijk, zie je deze paraplu? Die ga ik opsteken en probeer jij dan maar eens om mij te laten smelten!’
 
Dat was ongehoord! Een sneeuwman die midden in het voorjaar nog ongesmolten rondliep en de hele aarde op stelten dreigde te zetten. En de zon straalde nu met meer kracht op de aarde. Jammer genoeg trok er net een wolk voor de zon en het plannetje mislukte. Zie je wel zei de sneeuwman: ‘Ik ben voor niemand bang. En zeker niet voor de zon!’ Maar juist toen hij dat gezegd had, was de grote wolk van de zon weggedreven en met kracht kwamen de zonnestralen nu op de overmoedige sneeuwman neer. ‘Ik zal mijn paraplu maar opsteken’, dacht de sneeuwman, die het nu toch wel warm begon te krijgen. Maar de zon scheen er pardoes door heen. Het angstzweet begon de sneeuwman uit te breken, maar hij liet dit niet merken, want hij had toch gezegd dat hij niet smelten zou! ‘Pas op je smelt!’ kraste de uil. ‘Welnee ik zweet alleen een beetje van het harde lopen’ ‘Ga liever weer naar het bos terug in de schaduw’, zei de sluwe vos. ‘Daar ben je veilig voor de stralen van de zon.’
 
‘Ach, zanik toch niet’, bromde de sneeuwman. ‘Ik kan het nog best uithouden.’ En eigenwijs liep hij verder, zonder zich aan de goede raad van de vos te storen. En de zon bleef maar stralen. Maar de sneeuwman liet er niets van merken dat hij steeds meer begon te druppen en bleef doorlopen. Maar de zon kreeg steeds meer kracht en op den duur kon de sneeuwman het niet meer langer uithouden. Het water stroomde nu van hem af. ‘Je smelt!’ riepen de vos en de uil weer. ‘Je zanikt’, zuchtte de sneeuwman. ‘Ik ben alleen een beetje sloom, omdat ik het lopen niet gewend ben!’
 
Het water bleef maar van de sneeuwman af druipen en bij zijn voeten kwamen kleine plasjes. Zijn paraplu hield hij maar niet eens meer op. ‘Och’, zuchtte de sneeuwman. ‘Kon ik maar even een dutje doen, het is zo warm!’ ‘Toe nou sneeuwman, je moet in de schaduw van de bomen gaan staan, anders smelt je!’ riepen de uil en de vos. ‘Eh... mmm... ja... ik kom al’, steunde de sneeuwman. Maar ach, wat was de arme sneeuwman mager geworden! Hij leek wel een stokoud mannetje. ‘Vlug, deze kant uit!’ riep de vos. ‘Voordat je smelt!’ De sneeuwman was niet meer de trotse sneeuwman van eerst. Hij werd steeds magerder en liep voortdurend het water van zijn gezicht te vegen. ‘Is het nog ver?’ steunde hij. ‘Ik ben zo moe, ik wil slapen.’ Zijn knieën knikten en bij ieder kuiltje struikelde hij en viel bijna om. De dieren waren heel bedroefd en hadden medelijden met de sneeuwman. Alleen de zon was vrolijk. Zij spotte: ‘Goede reis, meneer de sneeuwman! Ik dacht anders dat je niet smelten zou! Je bent zeker van gedachte veranderd, hè? En wat ben je mager geworden! Je loopt er niets flink meer bij!’
Eindelijk kwam de sneeuwman weer aan de rand van het bos. Hij zakte direct op zijn oude plaatsje in elkaar.
Het was droevig om hem aan te zien. De dieren fluisterden dat er niets meer aan te doen was. Hij zou zeker verder smelten. En dat gebeurde ook. Toen de zon onder was gegaan was er nergens meer sneeuw te bespeuren. En de sneeuwman was nu helemaal gesmolten! Hij was in een grote plas water veranderd. Midden in de plas stond nog de paraplu en ook zijn hoed lag in het water. De wortelneus stak nog rechtop in de lucht, want de sneeuwman was tot aan zijn dood zeer eigenwijs geweest. De vos nam het woord. ‘Ik heb hem nog zo gezegd dat hij voor de zon op moest passen. Die sneeuwman had beter naar mijn wijze raad kunnen luisteren. Dat komt er van, pochen en bluffen is gemakkelijk, maar de zon laat niet met zich spotten. Als de zon gaat schijnen en het wordt zomer, dan moeten sneeuwmannen smelten, daar is niets aan te doen.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------

Wat je aandacht geeft groeit!

Aandacht voor de goede eigenschappen en kwaliteiten van mensen maakt dat zij groeien en tot bloei komen. Iedereen op zijn eigen unieke manier. Bloemen hebben hier geen moeite mee. De Orchidee bloeit broederlijk naast het Madeliefje en de Korenbloem staat in hetzelfde veld bij de Klaproos. Allemaal trots en krachtig. Volledig in harmonie met zichzelf en elkaar.
 
Wij mensen weten van onszelf vaak niet hoe mooi en krachtig we zijn. Om tot optimale inspiratie en kracht te komen is het essentieel dat we onszelf accepteren zoals we zijn. Zonder hier een waardeoordeel aan te geven. Gewoon tegen onszelf durven zeggen: “Ik ben wie ik ben en het is goed”.
Vanuit deze acceptatie komt de verbinding. Met onszelf en met anderen. Soms is een klein steuntje in de rug voldoende om onszelf beter te leren kennen en met andere ogen te bekijken. Een coach kan hierbij helpen.
In het verhaal van de gebarsten emmer is te lezen hoe klein de stap kan zijn van het gevoel om te falen naar een succeservaring.

De gebarsten emmer
Een waterdrager in India had twee grote emmers. Elke emmer hing aan één kant van het juk dat hij over zijn schouders droeg. Eén van de emmers had een barst en de andere emmer was in perfecte staat. De perfecte emmer leverde een volle portie water af aan het einde van de lange weg tussen de rivier en het huis van de meester. Tegen die tijd was de gebarsten emmer nog maar half vol.

Dat ging zo twee jaren verder. De waterdrager leverde altijd maar anderhalve emmer water af in het huis van zijn meester. Natuurlijk was de goede emmer bijzonder trots op zijn prestaties omdat hij perfect voldeed voor het doel waarvoor hij gemaakt was. Maar de arme gebarsten emmer was beschaamd om zijn gebrek en voelde zich ellendig omdat hij maar de helft kon presteren van wat je van hem had mogen verwachten.
Nadat hij zich zo twee jaar lang als een mislukking had beschouwd begon hij op een dag bij de rivier tegen de waterdrager te praten.
"Ik ben beschaamd over mezelf en ik wil me bij jou verontschuldigen."
"Waarom?", vroeg de waterdrager, "waarom ben je beschaamd?"

"Omdat ik de laatste twee jaar slechts in staat ben geweest om maar een halve portie water af te leveren. Door die barst in mijn zijwand verlies ik voortdurend water onderweg naar het huis van je meester. Door mijn falen moet jij zo hard werken en krijg je niet het volle loon voor je inspanning", antwoordde de emmer.

De waterdrager kreeg echt medelijden met de oude gebarsten emmer; hij wilde hem troosten en zei: "Als we dadelijk teruggaan naar het huis van mijn meester moet je eens goed op die prachtige bloemen letten aan de kant van de weg".

En inderdaad: toen ze de heuvel opliepen zag de gebarsten emmer de prachtige wilde bloemen langs de kant van de weg en dat bracht hem toch een beetje troost. Maar aan het einde van de reis voelde hij zich toch weer ongelukkig omdat de helft van het water weer was weggelopen en hij verontschuldigde zich opnieuw bij de waterdrager omdat hij weer gefaald had.

De waterdrager bekeek de emmer en zei: "Heb je dan niet gezien dat er alleen maar bloemen groeien langs jouw kant van de weg en niet langs de kant van de andere emmer? Dat komt omdat ik altijd al wist dat je een beetje lekte. Ik heb bloemzaadjes geplant aan jouw kant van de weg en elke keer als we terugkwamen van de rivier heb jij ze water gegeven. En zo heb ik twee jaar lang telkens prachtige bloemen kunnen plukken om de tafel van mijn meester mee te versieren. Als jij niet zou zijn zoals je bent dan zou zijn huis er nooit zo prachtig uitzien."


Fouten maken mag

Een oud spreekwoord zegt: “Een ezel stoot zich in het gemeen niet twee maal aan dezelfde steen”.
Dit betekent zo veel als LEREN VAN JE FOUTEN.
De ezel is een bijzonder dier. Op vakantie in het buitenland kom ik regelmatig een ezel tegen. En altijd fascineert het dier me weer. Hij is niet makkelijk in een hokje te plaatsen. De ezel staat heel eigenzinnig in het leven en gaat graag zijn eigen gang, maar als je de ezel op de juiste manier benadert, dan zet hij zich volledig in en verzet hij bergen werk. De ezel leert van zijn fouten en weet duidelijk grenzen te stellen. Als hij iets niet wil, verzet hij geen poot en blijft stokstijf staan.
 
Welke eigenschappen heeft de ezel?
 
  • Eigengereid
  • Volhardend
  • Krachtig
  • Eigenzinnig
  • Stabiel
  • Geduldig
  • Autonoom
  • Rebels 
Herken je deze eigenschappen?

Mens en dier hebben soms meer gemeen dan je denkt. De kwaliteiten van de ezel kun je die naar twee kanten uitleggen. Er zijn mensen die de ezel typeren als dom en eigenwijs. Ik kies voor de positieve benadering. Ik zie een dier met veel krachtige kwaliteiten. En hij is lekker eigenzinnig en maakt zich niet snel druk. 

In het onderstaande verhaal lees je een mooi voorbeeld van de manier waarop je naar de werkelijkheid kan kijken door een positieve bril!
 
kiezelKEI gaat er van uit dat iedereen kwaliteiten heeft




Wijze woorden van een ezelin uit een Joodse fabel
 
Een boer bezat eens drie huisdieren: een paard, een ezelin en een varken. Het paard en de ezelin moesten hard werken en daarvoor kregen zij het nodige voer. Veel gunstiger leek het lot van het varken dat niet werkte, maar toch overvloedig te eten kreeg.

Op een dag zei het paard tegen de ezelin: "Hoe dwaas en ondankbaar is onze heer toch. Zie toch eens hoe hard wij moeten werken en wij krijgen daarvoor precies afgepast eten. En het varken, dat helemaal niets doet, krijgt massa' te eten ."

"Wacht maar," antwoordde de ezelin, "tot het geschikte tijdstip aanbreekt. Je zult dan het treurige einde van het varken zien en je ervan kunnen overtuigen dat het niet voor niets zoveel te eten heeft gekregen. Genot zonder arbeid is nog nooit iemand goed bekomen."

Het duurde inderdaad niet lang of het gemeste varken werd geslacht.

De ezelin had een jong dat de voorspelling van zijn moeder had gehoord. Toen hij later een iets grotere portie gerst kreeg wilde hij dat niet opeten. Het diertje was bang dat hij het lot van het zorgvuldig gemeste varken zou moeten delen. Maar zijn moeder stelde hem gerust:
"Je kunt het zonder angst opeten mijn kind, want niet het genot brengt de dood maar het nietsdoen!"

 


Dit is wat 
kiezelKEI voor je doet!

Ben je uit je kracht en op zoek naar nieuwe mogelijkheden? Weet je niet goed hoe je verder moet? Ik kan je verder helpen. Ik ga als trainer en persoonlijke coach samen met jou aan de slag. Als je de oorzaak van het probleem kent, kun je op zoek naar de oplossing. In de training of een aantal gesprekken ontdekken we samen de kracht in jezelf.

Je staat met nieuwe
Kracht Eigenwaarde en Inspiratie in het leven en doet de dingen waar je KEIgoed in bent.

Voor je het weet voel je je een
KEI
HomeOver kiezelKEIOver mijTrainingCoachingWat klanten zeggenAlgemene voorwaardenTarievenInspiratiebronnenContactLinksFoto's
Kracht Eigenwaarde Inspiratie